Wintertijd

Wintertijd

Wintertijd

Wintertijd is in Nederland de benaming voor de standaardtijd. In Nederland wordt namelijk twee keer per jaar de klok een uur vooruit of achteruit gezet. Afhankelijk van de periode spreekt ment dan over wintertijd of zomertijd. Niet alleen in Nederland, maar ook in heel veel andere landen waar men zomertijd handhaaft, spreekt men vaak over wintertijd in plaats van over standaardtijd.

Invoering van standaardtijd

Omdat de zon overal ter wereld op een ander moment zichtbaar wordt verschillen ook de tijden waarin men leeft. Niet alleen grensoverschrijdend, maar ook binnen Nederland werd er lange tijd een andere tijd gehanteerd in verschillende steden. Het nulpunt van de tijdlijn is vastgesteld in Greenwich, deze Britse stad in de buurt van Londen is gekozen omdat men in het Verenigd Koninkrijk als eerste overging op een nationaal spoorwegnetwerk. Hierdoor werd het noodzakelijk dat in het gehele land dezelfde tijd werd gehandhaafd. Dit gebeurde in 1847. In Nederland ging men met de komst van spoorwegen in 1909 over op een standaard tijd. Als punt werd de Westertoren in Amsterdam gekozen. De zonsopkomst was ongeveer 20 minuten eerder dan in Greenwich. Vandaar dat toen werd besloten dat het tijdsverschil met Greenwich 20 minuten meer zou zijn, dit wordt ook wel aangeduid met de term Greenwich Mean Time + 20. Was het dus 12.00 uur in Nederland dan was het toentertijd 11.40 in Londen.

Invoeren van de Wintertijd

Al tijdens de Eerste Wereld oorlog was het in Duitse bezette gebieden verplicht om de zomertijd in te voeren. Dit zou besparen op kolen, doordat deze minder gestookt hoefde te worden, omdat men overdag meer zonuren zou hebben. Hoewel Nederland deze oorlog neutraal bleef, werd ook hier het voorbeeld van het aanpassen van de klok gevolgd. Pas tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de tijd afgerond naar uren, doordat in Nederland op Duits bevel de klok één uur en veertig minuten moest verzetten en daarmee gelijk zouden lopen met de Duitse tijden, dit gebeurde in 1940. Gedurende twee jaar leefde men in Nederland, ook in de winter in zomertijd. Pas in 1942 werd de klok weer één uur teruggezet naar Wintertijd. Gedurende de rest van de oorlog werd de klok twee maal per jaar verzet, maar in 1946 was Nederland bevrijd en werd in de zomerperiode geen zomertijd meer gehandhaafd. Hiermee werd de standaardtijd Greenwich Mean Time + 1 uur.

Oliecrisis

De oliecrisis van 1973 was weer een tijd van schaarste omtrent energievoorzieningen. Onder het mom van energiebesparing werd daardoor in veel landen, waaronder in Nederland, de zomer- en wintertijd weer opnieuw ingevoerd. Tot vandaag de dag verzetten we in Nederland de klok op de laatste zondag van maart en op de laatste zondag van oktober. Tussen oktober en maart spreken we over wintertijd.